Waarborgsom niet terugbetaald? Dit zijn uw rechten
Uw verhuurder moet de waarborgsom binnen een redelijke termijn terugbetalen nadat de huur is beëindigd en de woning is opgeleverd — in de praktijk wordt daarbij vaak 14 dagen aangehouden. Betaalt de verhuurder niet of houdt hij zonder onderbouwing bedragen in, dan kunt u dit schriftelijk terugvorderen en uiteindelijk juridisch afdwingen.
Wat zegt de wet over het terugbetalen van de waarborgsom?
Een waarborgsom is geen eigendom van de verhuurder — het blijft in essentie uw geld, dat de verhuurder alleen tijdelijk onder zich houdt als zekerheid. Hij mag het bedrag alleen aanhouden en verrekenen met openstaande huur, aantoonbare schade of andere terechte vorderingen die rechtstreeks uit de huurovereenkomst voortvloeien. Zodra de huur is geëindigd en u de woning correct heeft opgeleverd, moet wat overblijft aan u worden terugbetaald.
De wet zelf noemt geen exacte dagenteller, maar uit vaste rechtspraak en de manier waarop rechters en gemeentelijke huurteams artikel 7:261 van het Burgerlijk Wetboek toepassen, geldt een termijn van ongeveer 14 dagen na het einde van de huur als redelijk uitgangspunt. Duurt het langer, dan moet de verhuurder dat kunnen onderbouwen — bijvoorbeeld omdat de eindafrekening van de servicekosten nog niet rond is, of omdat er nog een eindinspectie moet plaatsvinden. Een verhuurder die maanden stilzit zonder enige toelichting, houdt zich niet aan deze redelijke termijn.
Belangrijk: de verhuurder mag alleen inhouden wat hij kan aantonen. Een vage mededeling als "er was schade" is onvoldoende. Voor iedere inhouding moet in principe een factuur, offerte of duidelijke onderbouwing tegenover staan, en het moet gaan om schade die verder gaat dan normale slijtage — een gebruikssporen op de vloer na jaren bewoning telt bijvoorbeeld niet mee. Ontbreekt een deugdelijke onderbouwing, dan heeft u recht op het volledige bedrag.
Dit geldt ongeacht of uw huurcontract zelf iets over de terugbetaaltermijn vermeldt. Staat er niets over in het contract, dan valt u terug op deze algemene, redelijke termijn. Staat er een duidelijk kortere of langere termijn in het contract, dan is dat een aanvullende afspraak die de verhuurder in de regel ook moet nakomen.
Een voorbeeld uit de praktijk
Stel: u heeft uw huurwoning op 1 juli netjes opgeleverd, inclusief een eindinspectie waarbij niets bijzonders is opgemerkt door de verhuurder. Op 1 augustus — een volle maand later — heeft u nog niets van uw verhuurder gehoord over de waarborgsom van €1.200.
U stuurt een schriftelijk verzoek (e-mail is voldoende, mits u het kunt aantonen) waarin u wijst op het verstrijken van een redelijke termijn en om terugbetaling binnen 14 dagen vraagt. Twee weken later reageert de verhuurder alsnog: hij wil €300 inhouden voor "algemene schade", zonder verdere onderbouwing.
Omdat er geen factuur, foto of offerte tegenover deze inhouding staat, hoeft u dit niet te accepteren. U laat schriftelijk weten dat u zonder concrete onderbouwing binnen de eerder genoemde 14 dagen het volledige bedrag verwacht. Blijft een deugdelijke reactie uit, dan kunt u de zaak laten escaleren via het Juridisch Loket, een gemeentelijk huurteam of uiteindelijk de kantonrechter.
Wat kunt u nu doen?
- 1Zoek uw huurcontract erbij en controleer wat daarin over de waarborgsom en de terugbetaling is afgesproken.
- 2Stuur de verhuurder een schriftelijk verzoek tot terugbetaling, met een concrete termijn (bijvoorbeeld 14 dagen) en bewaar een kopie of verzendbewijs.
- 3Vraag bij een inhouding altijd om een specificatie en onderbouwing (facturen, foto’s, offertes) — zonder onderbouwing hoeft u niet akkoord te gaan.
- 4Komt u er samen niet uit, schakel dan het Juridisch Loket, een huurteam van uw gemeente, of een huurrechtadvocaat in voor de vervolgstappen richting de kantonrechter.