CheckMijnDocDOCUMENTANALYSE
← Kennisbank

Opzegtermijn huurcontract door verhuurder: wat zijn uw rechten?

Een verhuurder kan een huurcontract voor onbepaalde tijd niet zomaar opzeggen — hij heeft een wettelijke opzeggingsgrond nodig én moet een minimale opzegtermijn aanhouden, die oploopt met de duur van uw huurperiode. Zolang u niet instemt met de opzegging, moet de verhuurder bovendien naar de kantonrechter om de huur daadwerkelijk te laten eindigen.

Wanneer en hoe mag een verhuurder de huur opzeggen?

Huurders van woonruimte genieten in Nederland sterke huurbescherming. Dat betekent dat een verhuurder een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd niet kan beëindigen zonder één van de wettelijke opzeggingsgronden uit artikel 7:274 BW, zoals dringend eigen gebruik, ernstige wanprestatie van de huurder, of een noodzakelijke sloop of renovatie. "Ik wil de woning liever aan iemand anders verhuren" is geen geldige grond.

Zegt de verhuurder op grond van een geldige reden op, dan moet hij zich ook aan een minimale opzegtermijn houden. Deze bedraagt minimaal drie maanden en loopt op met één maand per jaar dat de huur heeft geduurd, tot een maximum van zes maanden. De opzegging moet schriftelijk gebeuren en de gehanteerde grond vermelden.

Belangrijk om te weten: een opzegging door de verhuurder betekent niet automatisch dat u moet vertrekken. Stemt u niet in met de opzegging, dan moet de verhuurder naar de kantonrechter om de huurovereenkomst daadwerkelijk te laten beëindigen. Pas na een rechterlijke uitspraak bent u verplicht de woning te verlaten — de verhuurder mag u nooit op eigen houtje uit de woning zetten.

Deze bescherming geldt voor huurovereenkomsten voor onbepaalde tijd en voor tijdelijke contracten die inmiddels van rechtswege zijn overgegaan in een overeenkomst voor onbepaalde tijd. Bij een correct aangezegd tijdelijk contract binnen de wettelijke maximumtermijn eindigt de huur wel automatisch op de afgesproken einddatum, zonder dat daarvoor een aparte opzeggingsgrond nodig is.

Een voorbeeld uit de praktijk

Stel: u huurt al vier jaar een woning voor onbepaalde tijd. Uw verhuurder stuurt een brief waarin hij de huur opzegt omdat hij de woning "liever aan familie wil verhuren". Hij hanteert daarbij een opzegtermijn van één maand.

Dit is op twee punten onjuist. Ten eerste is "liever aan familie verhuren" geen wettelijke opzeggingsgrond — dit valt niet onder dringend eigen gebruik of een van de andere gronden uit de wet. Ten tweede is de opzegtermijn te kort: bij vier jaar huur hoort een termijn van minimaal zes maanden (drie maanden basis plus vier maanden extra, gemaximeerd op zes).

U kunt schriftelijk laten weten dat u niet instemt met de opzegging. Daarmee ligt de bal bij de verhuurder: wil hij de huur echt beëindigen, dan zal hij naar de kantonrechter moeten stappen, waar hij een geldige grond zal moeten aantonen.

Wat kunt u nu doen?

  • 1Controleer of de verhuurder een van de wettelijke opzeggingsgronden uit art. 7:274 BW noemt in de opzeggingsbrief.
  • 2Reken na of de gehanteerde opzegtermijn klopt op basis van uw huurduur (minimaal 3, maximaal 6 maanden).
  • 3Stemt u niet in met de opzegging, laat dit dan schriftelijk en tijdig weten aan de verhuurder.
  • 4Raadpleeg bij twijfel of druk het Juridisch Loket, een huurteam van uw gemeente, of een huurrechtadvocaat — u hoeft niet zelf naar de rechter te stappen, dat initiatief ligt bij de verhuurder.
  • 5Blijf gewoon huur betalen zolang u niet bent uitgeprocedeerd — stopt u met betalen, dan geeft u de verhuurder juist een extra, wél geldige reden om ontbinding te vorderen.

Veelgestelde vragen

256-bit SSL beveiligingiDEAL gecertificeerdGebaseerd op actueel Nederlands rechtPrivacybeschermd conform AVG